De ontginningen en nederzettingen in het noordelijk deel van het kerspel Voorst


Deze artikel s de uitwerking van een studie van 24 weken naar de ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van Voorst. Deze plaatsnaam komt verschillende malen voor in Nederland. Zo bestaat Voorst, gelegen in de gemeente Ambt Montfort (Limburg), Voorst in de gemeente Gendringen, Voorst in de gemeente Posterholt (Limburg), Voorst in de gemeente Zwolle, Voorst in de gemeente Zwollerkerspel, De Voorst in de Noordoostpolder1, en het kasteel De Voorst bij Eefde.
Met Voorst, waarover deze artikel handelt, wordt specifiek gedoeld op de uitgestrekte gemeente Voorst, gelegen in het hart van de stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen. Om het
studiegebied iets nader in te perken, is gekozen voor het zuidelijk deel van deze gemeente, dat in 1832 werd aangeduid als de “kadastrale gemeente Voorst”.2 Dit gebied valt ongeveer samen met dat deel van het voormalige kerspel Voorst wat binnen het scholtambt Voorst viel. Het zuidelijk deel van het kerspel Voorst, namelijk de marken Empe, Tonden en Voorsttonden, viel onder het scholtambt Brummen.
Voorst was vanouds een scholtambt, wat onder bestuur stond van een centraal gezag van zogenaamde ambtsjonkers. De vergaderingen van dit bestuur vonden doorgaans plaats “in ’t eerste cerspel des ampts”, namelijk Voorst (en dan wel in het buurschap Gietelo) of in Wilp.3 Het ambtsbestuur was een overkoepelend bestuur, maar had op plaatselijk niveau weinig macht. Haar grootste taak bestond uit het aanstellen van bepaalde functionarissen. De meeste beslissingen op allerlei gebied werden echter door de marke, en in mindere mate door het kerspel genomen. In 1817 werd het voormalige richterambt Nijbroek aan de gemeente Voorst toegevoegd.

Het complete verhaal

DE OUDE STANDAARDMOLEN VAN WILP
”Molendinum”
De Wilpermolen in de Posterenk dateert in eerste aanleg uit 1736. Het begin van de Wilpse molenhistorie ligt echter veel verder terug in de tijd. Al in 1360 hadWilpeen molen. Het bewijsdaarvan is te vinden in een Deventer Stadsrekening uit 1360. De tekst daarvan luidt als volgt: “Item crastino eiusdem Petro Pis currenti supra molendinurn apud Wilpe iussu scabinorum ad videndum si cives Daventrienses i bi supra essent de quibis venit ja ma”.wilpermolen
De tekst geeft aan dat de stadsbode Petro Pis in 1360 door de schepenen van Deventer naar “de molen bij Wilp” werd gezonden om te zien of zich daar volgens gerucht Deventer burgers bevonden. Oudste Hieruit blijkt dat al in 1360 een molen bij Wilp stond. De Wilpse molenhistorie is daarmee bijna de oudst bekende van gemeente Voorst. Alleen het kerspel Voorst kent een nog oudere molenhistorie. De abdij van Prüm had in Voorst waarschijnlijk al in 893 een molen bij het dorp1• Verder stond in Voorst zeker al in 1296 een molen aan de “zoemerdijk” onder Nijenbeek. Deze “moelen” werd op 3 april 1296 met het slot Nijenbeek overgedragen aan de graaf van Gelre2 •
Heren van Wilp
De oudste molen van Wilp behoorde toe aan het adellijk geslacht Van Wilp. Het stamslot van dit geslacht stond op de Wilpse Klei: het Huis te Wilp (Afb. 2). Het slot werd omstreeks 1738 grotendeels afgebroken. De restanten werden eerst in 1965 gesloopt. Op de slotterp treft men thans nog de boerderij

Huis te Wilp.
Het geslacht van Wilp had tussen 1200 en 1505 grote macht in Wilpen omgeving. Zijn leden voerden de titel Heer van Wilp. In latere stukken wordt zelfs gesproken van de Heerlijkheid Wilp3b. Het geslacht bezat talloze goederen en rechten in de wijde omgeving. Daartoe hoorden onder meer boerenerven als
De Loyne, de Heege, de Hof te Wilp, Sluynen, het Ganzenhuis, de Brouckhorst, het Honden en de Wi(l)thagen4 • De bezittingen stonden samen bekend als “de Wilpsche goederen”.

Het complete verhaal Boekje Wilpermolen